Bij recidive dient een aantal situaties te worden onderscheiden.
**a..** Nulfraude of benadelingsbedrag lager dan of gelijk aan € 150,-.
De eerste keer wordt volstaan met een waarschuwing. De tweede keer wordt opnieuw volstaan met een waarschuwing als twee jaar verstreken is sinds de eerste waarschuwing. Is die twee jaar nog niet verstreken, dan wordt een boete opgelegd. Als binnen vijf jaar na het opleggen van de boete opnieuw een overtreding geconstateerd wordt met een benadelingsbedrag van minder dan € 150,-, bedraagt de boete ten hoogste 150% van het benadelingsbedrag.
**b..** Fraude met benadelingsbedrag hoger dan € 150,-.
Na de eerste constatering volgt een boete conform deze beleidsregels. Daarna geldt de wettelijke recidivetermijn van 5 jaar. Als binnen deze termijn opnieuw een overtreding geconstateerd wordt met een benadelingsbedrag van meer dan € 150,-, bedraagt de boete ten hoogste 150% van het benadelingsbedrag.
Er is dus alleen sprake van recidive bij een gedraging die binnen dezelfde categorie (a of b) valt. Gaat het om een gedraging van een andere categorie, dan dient dit als nieuwe overtreding beoordeeld te worden.