Naar hoofdinhoud
Het college volstaat met een schriftelijke waarschuwing bij de eerste keer nulfraude, als het benadelingsbedrag niet ondubbelzinnig kan worden vastgesteld of bij gevallen genoemd in artikel 2aa van het Boetebesluit socialezekerheidswetten indien: a.. Het benadelingsbedrag niet hoger is dan € 150,-. b.. Belanghebbende uit eigen beweging alsnog binnen een redelijke termijn (van 60 dagen) de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd (tenzij hij/zij dit doet in het kader van een heronderzoek, c.q. een fraudeonderzoek). Hierbij is van belang dat de levering van gegevens niet binnen een al lopend (handhavings)onderzoek geschiedt en het college de schending zelf nog niet heeft ontdekt. Het college volstaat niet met een waarschuwing als de schending van de verplichting(en) plaatsvindt binnen twee jaar nadat reeds een zodanige waarschuwing aan belanghebbende is gegeven. Onder nulfraude wordt in ieder geval verstaan de gevallen genoemd in artikel 18a lid 3 van de Participatiewet en artikel 20 a lid 3 van de IOAW/IOAZ, hetgeen genoemd onder artikel 2 en het niet voldoen aan de, in het kader van een toegekende uitkering ingevolge het Bijstandsbesluit zelfstandigen (Bbz) opgelegde verplichting, om binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening en de kopie van de aangifte Inkomstenbelasting in te sturen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel