Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Bestemmingen Wonen binnen bouwvlak, Wonen buiten bouwvlak en Tuin

Onderdeel van Nota Bijgebouwen 2017

Het perceel is verdeeld in de bestemmingen ‘Wonen binnen bouwvlak’, ‘Wonen buiten bouwvlak’ en ‘Tuin’. Het deel van de woning dat stedenbouwkundig dominant is geldt als hoofdgebouw en is opgenomen in de bestemming Wonen binnen bouwvlak. De bestemmingen Wonen buiten bouwvlak en Tuin zijn bedoeld voor het reguleren van bij het hoofdgebouw behorende bebouwing en van bouwwerken, geen gebouw zijnde. De bestemming Wonen buiten bouwvlak laat aan- en bijgebouwen toe en is doorgaans achter en zijwaarts tot halverwege het hoofdgebouw gesitueerd. Dit om het aanzicht vanaf de straatzijde open te houden. Aan de voorzijde en zijwaarts tot halverwege het hoofdgebouw is de bestemming Tuin aangegeven, waarin slechts een beperkt oppervlak aan bouwwerken, geen gebouw zijnde mag worden opgericht. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt onder hoofdgebouw het gebouw verstaan dat qua stedenbouwkundige verschijningsvorm het belangrijkste gebouw op het perceel is. Alle aan- en uitbouwen maken geen onderdeel van het hoofdgebouw uit, ook niet als die bij het oorspronkelijke hoofdgebouw zijn mee vergund. Dat is een verschil met het Bor, waarbij ook aan- en uitbouwen tot het oorspronkelijke hoofdgebouw worden gerekend als het hoofdgebouw met die aan en uitbouwen als geheel als eerste gebouw is vergund. Dit onderscheid is van belang van de berekening van het maximum toelaatbare oppervlakte aan erfbebouwing. Voor de bouwwerken waarbij een omgevingsvergunning verplicht is wordt nog altijd het bouwen vanaf de helft van het hoofdgebouw als een wenselijk straatbeeld gehanteerd. Voor zover er vergunningsvrije bouwmogelijkheden zijn, kan in deze nota daar geen beperking in worden opgelegd. Het vernieuwde Bor maakt sinds 2014 onderscheid in het achtererfgebied bij hoofdgebouwen en het bebouwingsgebied. Het achtererfgebied is bepalend voor de toepassing van artikelen 2, 3 en 4 van bijlage II van het Bor. Het bebouwingsgebied is eveneens bepalend, maar dan met name voor de berekening van de totaal toegestane oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken. Het achtererfgebied betreft het erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. Dit betekent dat in diverse situaties, zoals bij naast elkaar gelegen vrijstaande woningen aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen op 1 meter achter de voorgevel gerealiseerd kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel