Hieronder wordt aan de hand van een voorbeeldsituatie de ligging van de bestemmingen toegelicht. In het voorbeeld wordt uitgegaan van een vrijstaande bestaande villa in twee bouwlagen met een kap. Hieraan bevinden zich twee aanbouwen in één bouwlaag, een oorspronkelijke serre aan de voorzijde en een keukenuitbouw aan de achter- en zijgevel van de woning. Daarnaast staat er als bijgebouw een vrijstaande garage schuin achter de woning.
Figuur 1 het tekenprincipe van de bestemmingen Wonen binnen bouwvlak, Wonen buiten bouwvlak en Tuin
De villa in twee bouwlagen met kap is stedenbouwkundig gezien het bestaande hoofdgebouw (stedenbouwkundige dominantie). Het bouwvlak wordt strak om dit bestaande hoofdgebouw getrokken en krijgt de bestemming Wonen, binnen het bouwvlak.
De keukenaanbouw is stedenbouwkundig ondergeschikt aan het hoofdgebouw en wordt daarom buiten het bouwvlak gehouden en aangemerkt als bij de woning behorende bebouwing buiten het bouwvlak. Dit geldt ook voor de vrijstaande garage. De bestemming Wonen buiten bouwvlak is zodanig opgetekend dat vanaf halverwege de zijgevel van de oorspronkelijke woning (het bouwvlak) een aanbouw mag worden opgericht. In figuur 2 is het principe van de grens tussen het bestemmingsvlak van Tuin en Wonen, buiten het bouwvlak (erfgrens) halverwege de zijgevel geïllustreerd.
De serre aan de voorzijde is stedenbouwkundig ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Omdat deze bestaande serre gelegen is aan de voorzijde van de woning en daarmee in de Tuin valt (waar geen aanbouwen zijn toegestaan) is ervoor gekozen binnen de bestemming Tuin erkers mogelijk te maken. Planregels zijn hierop aangepast. Indien deze serre achterwaarts of anderszins in Wonen, buiten het bouwvlak had gelegen, wordt de serre aangemerkt als bijbehorende bebouwing buiten het bouwvlak, net als de keukenaanbouw.