Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de informatieronde over de
onderwerpen die op de agenda staan.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
de besluitenlijst van de vergaderingen;
het vragenkwartier;
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht
kan of kon worden ingediend.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de
vergadering aan de griffier of diens plaatsvervanger. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres
en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. Daarnaast
inventariseert de voorzitter bij het begin en tijdens de vergadering of er meesprekers zijn.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de
volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan
de deelnemers aan de informatieronde toestaan aan insprekers een korte, verhelderende
vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van
de vergadering.
De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de
burger.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 2
Artikel 20
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor de informatieronden gemeente Wierden 2012