Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury zoals genoemd in artikel 3 lid 1, gelden de volgende uitgangspunten:
De gemeente hanteert een terughoudend beleid om leningen of garanties te verstrekken en/of financiële participaties te hebben uit hoofde van de “publieke taak”;
Indien mogelijk worden zekerheden of garanties geëist;
Het rendement op het uit te zetten vermogen moet in overeenstemming zijn met geldende geld- en kapitaalmarkttarieven bij de verschillende financiële relaties van de gemeente;
Na het verstrekken van een lening of garantstelling zal jaarlijks toetsing plaatsvinden van de financiële situatie van de stichting of vereniging aan de hand van de door de stichting of vereniging te overleggen jaarstukken. Hierover worden bij het verstrekken van de lening of garantie al onderlinge afspraken vastgelegd;
Bij een voorgenomen besluit tot het verstrekken van een lening of garantie wordt, conform artikel 169 juncto artikel 160 lid 1 onder e van de Gemeentewet, inlichtingen aan de raad verstrekt indien de raad daarom verzoekt of het college daartoe besluit. Het college neemt in ieder geval bij:
leningen en garanties groter dan € 1 miljoen;
leningen en garanties groter dan € 250.000 wanneer er sprake is van een twijfelachtige kredietwaardigheid van de aanvrager;
alle overige gevallen waarin het college dit wenselijk acht.
geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken;
Bij een voorgenomen besluit tot het aangaan van een financiële participatie uit hoofde van de “publieke taak” wordt, conform artikel 160 lid 2 van de Gemeentewet, het besluit niet genomen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken.