1. Voor vergoeding komen in aanmerking, de kosten die de belanghebbende moet maken om werk te kunnen aanvaarden of die noodzakelijk zijn voor arbeidsinschakeling.

2. De in lid 1 bedoelde kosten:

a. zijn, naar het oordeel van het college, noodzakelijk en aantoonbaar en kunnen in redelijkheid niet ten laste van de belanghebbende gebracht worden;

b. kunnen niet vergoed worden vanuit een voorliggende voorziening;

c. bedragen maximaal de goedkoopst adequate oplossing.