1. Aanvrager kan in aanmerking komen voor een bijdrage van de gemeente in de kosten van peuteropvang voor een ten laste komend kind als:

a. het een kind betreft in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar;

b. het (gezamenlijk) toetsingsinkomen (art 8 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, Awir) van de ouder(s) niet hoger is dan het maximum in de 14e trede van de kinderopvangtoeslagtabel volgens artikel 1.8 en 1.9 van de Wkkp;

c. vervallen;

d. uitgesloten zijn ouders die vallen onder de doelgroep kinderopvangtoeslag volgens artikel 1.6 Wkkp;

e. uitgesloten zijn ouders met een kind met een indicatie voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en een sociaal- medische indicatie voor kinderopvang zoals bedoeld in artikel 50 van deze regels.

2. Vervallen.