1.. De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de secretaris:

  • - 6:6, voor wat betreft het geven van de gelegenheid het verzuim te herstellen en het stellen van een termijn als bedoeld in dat artikel;
  • - 6:10, tweede lid;
  • - 6:15;
  • - 7:10, derde, vierde en vijfde lid.

2.. In bezwaarzaken waarbij de commissie niet wordt betrokken, worden de bevoegdheden die op grond van dit hoofdstuk of artikel 7:13 van de wet worden uitgeoefend door de commissie of de voorzitter, voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de secretaris.