1. Met inachtneming van artikel 10 en 11 kan een cliënt in aanmerking komen voor persoonlijke verzorging indien de verzorging geen verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop maar zich richt op het ondersteunen bij (en niet zozeer het overnemen van) het uitvoeren van de noodzakelijke algemeen dagelijkse activiteiten indien dit noodzakelijk is met het oog op zelfredzaamheid.
2. De ondersteuningsactiviteiten zijn gericht op het stimuleren van en het toezicht houden op de zelfstandige persoonlijke verzorging en kunnen bestaan uit ondersteuning bij het in en uit bed komen, aan- en uitkleden, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek en medicijnen innemen.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 21
Persoonlijke verzorging
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2018