Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Toepassingen bij aanbestedingen

Onderdeel van Beleidsregel Bibob gemeente Bergeijk 2018

Artikel 3.1a Het aangaan en beëindigen van een overheidsopdracht Voorafgaand aan het sluiten van een overheidsopdracht komt de gemeente contractsvrijheid toe. De gemeente heeft het daaruit voortvloeiende recht om geen overheidsopdracht met een Partij aan te gaan, mede of uitsluitend op basis van het feit dat de gemeente van oordeel is dat ten aanzien van die Partij een Integriteitsrisico bestaat. Met betrekking tot Aanbestedingen bestaat een Integriteitsrisico indien sprake is van een situatie als genoemd in: artikel 2.86 Aanbestedingswet 2012; artikel 3.1b van deze beleidsregel. Met betrekking tot Aanbestedingen kán er sprake zijn van een integriteitsrisico wanneer zich een van de situaties genoemd in artikel 2.87 Aanbestedingswet 2012 voordoet. Van een integriteitsrisico is in ieder geval sprake als een situatie als bedoeld in artikel 3.1b van deze beleidsregel zich voordoet. De gemeente kan, in aanvulling op artikel 2.86 lid 3 van de Aanbestedingswet 2012, gedragingen en omstandigheden van aan de Partij gelieerde partijen of personen bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een Integriteitsrisico betrekken. Onder gelieerde (rechts)personen worden in ieder geval verstaan zij die: direct of indirect leiding aan Partij geven of hebben gegeven; bij de uitvoering van de overheidsopdracht een belangrijke rol vervullen of hebben vervuld; over Partij zeggenschap hebben of hebben gehad; aan Partij vermogen verschaffen of hebben verschaft; onderdeel zijn of zijn geweest van dezelfde groep als bedoeld in artikel 2:24b BW; in een zakelijk samenwerkingsverband tot Partij staan of hebben gestaan; op Partij anderszins direct of indirect invloed uitoefenen of hebben uitgeoefend. Artikel 3.1b Ernstige fouten in de uitoefening van het beroep Onder ernstige fout in de uitoefening van het beroep als bedoeld in artikel 2.87 lid 1 aanhef en onder c Aanbestedingswet verstaat de gemeente in ieder geval het in de uitoefening van het beroep of bedrijf: handelen of nalaten waardoor de lichamelijke integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht; begaan van overtredingen op het gebied van milieuwetgeving; als gevolg van grove nalatigheid, opzet of bewuste roekeloosheid onrechtmatig handelen waardoor ernstige schade is of kan ontstaan; het begaan van gedragingen in strijd met voor het beroep of bedrijf van Partij relevante wet- en regelgeving, mededingingsrecht, tuchtregels, toezichtsregels, gedragsregels of gedragscodes; het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde; alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep. In aanvulling op het in het eerste lid bepaalde acht de gemeente een ernstige fout in de uitoefening van het beroep aanwezig indien er, al dan niet blijkend uit een Bibob-advies, gevaar bestaat dat een Overheidsopdracht door de Partij mede zal worden gebruikt om: uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, strafbare feiten te plegen of, dat teneinde een Overheidsopdracht te sluiten een strafbaar feit is gepleegd. Artikel 3.1c Toepassingsbereik Bibob-onderzoek Op grond van artikel 5 lid 2 Wet Bibob en artikel 3 Besluit Bibob past het bestuursorgaan de Bibob-toets toe met betrekking tot de gunning van een overheidsopdracht of de ontbinding van een overeenkomst met de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is gegund: binnen de volgende sectoren: de bouw: de aanbesteding en opdrachtverlening op het gebied van bouwkundige, elektro- en werktuigbouwkundige en water- en wegenbouwkundige werken, met inbegrip van advisering, technische en geïntegreerde technische diensten en levering materiaal, de informatie- en communicatietechnologie (ICT): de aanbesteding en opdrachtverlening op het gebied van informatietechnologie (infrastructuur, adviezen, diensten en programmatuur), het milieu: de aanbesteding en opdrachtverlening op het gebied van milieu, met inbegrip van advisering, technische en geïntegreerde technische diensten en levering materiaal, én: er binnen deze sectoren sprake is van een openbare aanbesteding met een (gezamenlijke) opdrachtwaarde > € 1.500.000,- (excl. omzetbelasting). Artikel 3.1d Gevolgen eigen onderzoek De uitkomst van een eigen onderzoek bij de gunning van een overheidsopdracht kan voor de gemeente aanleiding zijn om een Partij van een opdracht uit te sluiten, om in de overeenkomst inzake de gunning van een overheidsopdracht nadere, al dan niet ontbindende, voorwaarden op te nemen of om als voorwaarde op te nemen dat onderaannemers niet zonder toestemming van de gemeente worden gecontracteerd. De gemeente kan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, ook in de overeenkomst opnemen, indien wordt voldaan aan één of meer van de volgende voorwaarden: de gemeente heeft het eigen onderzoek nog niet of niet volledig afgerond op het moment van het sluiten van de overeenkomst; het eigen onderzoek van de gemeente heeft geleid tot het aanvragen van een advies bij het Landelijk Bureau Bibob, maar dit advies is nog niet ontvangen of de procedure tot het verwerken van het advies is door de gemeente nog niet afgerond; er zijn aanwijzingen dat de Partij waarmee de overeenkomst wordt of is aangegaan binnen de looptijd van de opdracht geheel of ten dele in handen komt van een andere eigenaar. Artikel 3.1e Afweging Bij de beslissing om met een Partij vanwege het bestaan van een Integriteitsrisico een Partij uit te sluiten van de kans op gunning van een overheidsopdracht of, een reeds gesloten overheidsopdracht te beëindigen, maakt de gemeente altijd een afweging tussen het Integriteitsrisico en de maatregel. Bij deze afweging worden de volgende aspecten betrokken: de maatregelen die een Partij heeft getroffen om herhaling van het Integriteitsrisico te voorkomen; de zwaarte van het Integriteitsrisico in kwestie; het totale aantal Integriteitsrisico’s of onderliggende delicten of kwesties; de verstreken tijd sinds het zich voordoen van het Integriteitsrisico; de vraag of er reeds een (passende) sanctie is opgelegd naar aanleiding van het Integriteitsrisico in kwestie; de mate van betrokkenheid van leidinggevenden of sleutelpersoneel bij het Integriteitsrisico.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel