Lid 1.
Er is bewust voor gekozen om slechts die houtopstanden te beschermen die de gemeente actief en weloverwogen, door middel van plaatsing op de Groene Kaart, beschermenswaardig acht. Dit betekent dat houtopstanden die niet op de Groene Kaart staan, zonder vergunning geveld mogen worden, tenzij het houtopstand betreft die is geplant op basis van een herplantplicht, een instandhoudingsplicht of een overeenkomst met een publiekrechtelijke rechtspersoon (bijvoorbeeld een overeenkomst met de gemeente m.b.t. de landschappelijke inpassing van een gebouw). Voorkomen moet immers worden dat net aangeplante houtopstand meteen weer kan worden geveld.
Lid 2.
In het tweede lid is een aantal activiteiten benoemd waarop het kapverbod niet ziet, ook indien het plaatsvindt bij houtopstanden die op de Groene Kaart staan. De meeste gevallen spreken voor zich.
Ad b: sommige houtopstanden hebben in een bestemmingsplan de bestemming ‘Natuur’ of ‘Waardevolle houtopstand’ of een soortgelijke bestemming. Voor het vellen van deze houtopstanden is vrijwel altijd al een vergunning nodig op basis van het bestemmingsplan. Een tweede vergunningplicht op basis van de Bomenverordening is dan overbodig.
Ad d t/m f: de bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij gemeentelijke verordening werd voorheen in artikel15 van de Boswet beperkt. Deze beperking had inhoudelijk betrekking op de in d t/m f genoemde houtopstanden. De Boswet is inmiddels opgegaan in de Wet natuurbescherming die een soortgelijke bepaling kent. Deze bepaling is overigens nog niet in werking getreden.
De gevallen zoals genoemd onder g t/m j kunnen leiden tot enige discussie. Hierbij moet echter het oordeel van het college, eventueel ondersteund door een advies van een onafhankelijke boomdeskundige, doorslaggevend worden geacht.
Ad m: het moet mogelijk zijn om vanwege een spoedeisend belang, zoals gevaarzetting, een houtopstand direct te kunnen vellen zonder vergunning. Vergunningverlening achteraf is in dit soort gevallen weinig zinvol.