De gemeentesecretaris/ algemeen directeur wordt mandaat verleend voor:
Organisatorisch
het vaststellen en herzien van inrichting van de organisatie;
op basis van het besluit onder lid 1 verdelen van de personele budgetten;
vaststellen van de beschrijving en waardering van benodigde normfuncties ex artikelen 3:1:(functies en
functiewaardering) en volgende van de AVR;
Rechtspositioneel
benoeming en ontslag van de directeur;
alle verdere rechtspositionele besluiten ten aanzien van de directeur;
het vaststellen van een beoordeling van concernmanagers;
toewijzen normfunctie ex artikelen 3:1 (functies en functiewaardering) en volgende van de AVR;
plaatsing van medewerkers in de organisatie;
het opleggen van disciplinaire straffen;
boventallig verklaren van een medewerker ex artikelen 8:3 (organisatiewijziging) van de AVR;
het verlenen van ontslag aan medewerkers ex artikelen 8:3 van de AVR;
(organisatiewijziging), 8:6 (ongeschiktheid anders ziekte of gebreken) en 8:8 (ontslag indien geen andere
ontslaggrond en uitgezonderd dit ontslag een (gewezen) GO- of OR-lid betreft), 8:13 (ontslag als disciplinaire
straf) van de AVR;
12. toekennen van een gratificatie ten hoogste van het netto maandsalaris
13. toepassen van hardheidsbepalingen.
Artikel 5
Mandaat aan gemeentesecretaris/algemeen directeur
Onderdeel van Mandaatregeling personeel 2018 (werkorganisatie)