Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2 Gebruikelijke hulp aan kinderen

Artikel 3.2 Gebruikelijke hulp aan kinderen

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldenzaal houdende regels omtrent jeugdhulp Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Oldenzaal 2018

Ouders/verzorgers hebben een zorgplicht voor hun kinderen. De ouders zorgen voor de opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). De zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder/verzorger normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziektes. Wat normaal is, is onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind. Het totaal aan gebruikelijke zorg wordt gesteld op de totale omvang van zorg die ouders leveren aan een kind van dezelfde leeftijd, maar met een normaal ontwikkelingsprofiel. Voor het vaststellen van de gebruikelijke hulp per leeftijdscategorie, zie paragraaf 3.3 Richtlijnen. Het bieden van een beschermde woonomgeving door ouders aan hun kind(eren) wordt tot de 17e verjaardag van het kind als gebruikelijke zorg aangemerkt, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Uitzonderingen hierop zijn: een noodzaak tot het plaatsen van het kind in een therapeutisch leefklimaat, het bieden van permanent toezicht aan het kind op een leeftijd waarop dit al boven gebruikelijk wordt geacht, en onvermogen van ouders tot het bieden van een beschermde woonomgeving ten gevolge van een ziekte, stoornis of beperking. Het kan voorkomen dat ouders dusdanig belast zijn in de zorg voor de kinderen dat zij niet langer de gebruikelijke zorg kunnen bieden. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg over. Indien er sprake is van uitval van de ouder in een eenoudergezin, of beide ouders ondervinden beperkingen in de zorg van de kinderen, wordt er eerst nagegaan wat mantelzorg kan opvangen (denk aan opa’s en oma’s, ooms en tantes, etc.) en wat kan worden opgelost middels voorliggende voorzieningen (bijvoorbeeld kinderdagverblijven, naschoolse opvang, etc.). Pas wanneer deze opties allemaal zijn uitgeput of wanneer is vastgesteld dat deze niet passend zijn, kan er gekeken worden naar ondersteuning.

Rechtspraak bij dit artikel