Naar hoofdinhoud
Bij gebruikelijke hulp wordt dezelfde beleidslijn gevolgd zoals deze onder de AWBZ door het Centrum voor Indicatiestelling (CIZ) werd gehanteerd. Gebruikelijke hulp, die huisgenoten geacht worden aan elkaar te verlenen, wordt ook als een voorliggende voorziening beschouwd. Het principe “gebruikelijke hulp” is gebaseerd op de gedachte dat een leefeenheid samen verantwoordelijk is voor het huishouden. Er mag daarbij echter geen sprake zijn van (dreigende) overbelasting van de huisgeno(o)t(en). Overbelasting of dreigende overbelasting moet objectief worden vastgesteld, bijvoorbeeld door medisch onderzoek. Aan de hand van onderstaande richtlijnen wordt in elke individuele situatie een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van de jeugdige en/of zijn ouders. De mogelijkheden van de jeugdige en de sociale omgeving tegen de achtergrond van de specifieke problematiek van de jeugdige. Onderstaand de richtlijnen voor gebruikelijke hulp per leeftijdscategorie: Kinderen van 0 tot 3 jaar Hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig. Ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig. Zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoor-afstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; Kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; Ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; Hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; Hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 5 tot 12 jaar Kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); Hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; Zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; Hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan. Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 jaar Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; Kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; Kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; Hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; Hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; Hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen). Hebben in ieder geval tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Rechtspraak bij dit artikel