**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 en met in achtneming van het bepaalde in de artikelen 8 en 9 worden de volgende bevoegdheden gemandateerd aan en zijn uitsluitend voorbehouden aan de secretaris:
uitvoering van de:
wachtgeldregeling als bedoeld in artikel 10 van de EAR;
bovenwettelijke werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 10a van de EAR;
regeling voorzieningen bij werkloosheid als bedoeld in artikel 10d van de EAR;
uitkeringsregeling ontslag als bedoeld in artikel 11 van de EAR;
suppletieregeling als bedoeld in artikel 11a van de EAR;
nemen van besluiten ten aanzien van de directeuren en managers;
vaststellen van functieniveaus conform het reglement functiewaardering;
verlenen van toestemming tot het dragen van een uniform of dienstkleding bij het deelnemen aan betogingen of optochten;
vaststellen van een overwerkvergoeding in bijzondere situaties (oorlog, rampen e.d.);
uitvoeren van de Regeling melding vermoeden misstand (hoofdstuk 30 van de EAR); klokkenluidersregeling;
toepassen van hardheid van alle door het college vastgestelde nadere- of uitvoeringsregelingen inzake personeelsaangelegenheden;
voornemen en het verlenen van ontslag of schorsing als bedoeld in de artikelen 8:7, 8;8, 8:9, 8:12, 8:13, 8:15:1van de EAR;
verlenen van ontslag als disciplinaire maatregel;
in zijn functie van bestuurder van de onderneming in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (Wor), de bevoegdheid tot het nemen van een voorgenomen besluit terzake de onderwerpen als bedoeld in artikel 25, lid 1 onder a. t/m n. en in artikel 27, lid 1, onder a. t/m m. van de Wor;
de uitvoering van bepalingen van het Sociaal Statuut*5;
voor de gemeente vaststellen en ondertekenen van een vaststellingsovereenkomst oftewel beëindigingsovereenkomst.
*5. Per 31 december 2018 beëindigd.