In afwijking van het bepaalde in de artikelen 2 en 4 en met in achtneming van het bepaalde in de artikelen 8 en 9 wordt machtiging verleend aan uitsluitend de portefeuillehouder ten aanzien van de eigen portefeuille, of bij diens afwezigheid aan diens plaatsvervanger op basis van een daartoe schriftelijk vastgestelde regeling, ten aanzien van de volgende bevoegdheden:
vaststellen van de wijziging of een uitwerking van een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro);
gereedmaken van een voorstel aan de raad inzake vaststelling van een voorbereidingsbesluit als bedoeld in de Wro;
gereedmaken van een voorstel aan de raad inzake de afwijzing van een aanvraag om een bestemmingsplan als bedoeld in de Wro vast te stellen;
het nemen van besluiten op aanvragen om omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in afwijking van een in dat kader uitgebracht welstandsadvies;
het nemen van sanctiebesluiten op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)/Wabo;
het nemen van verkeersbesluiten als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder d van de Wegenverkeerswet 1994;
wijzigen van de EAR indien conform afspraken LOGA;
beslissen op bezwaarschriften indien overeenkomstig het advies van de Commissie bezwaarschriften;
maken van bezwaar tegen subsidie- en uitkeringsbeschikkingen van andere overheidsorganisaties;
beslissen omtrent incidentele subsidies als bedoeld in art. 4:23, lid 3, onderdeel d, Awb, met in achtneming van de Algemene subsidieverordening (ASV), tot en met een bedrag van maximaal € 5.000,00;
het toepassen van bestuursdwang dan wel het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet jo. de artikelen 5:21 en 5:32 van de Awb);
het bij dwangbevel afdwingen van betaling van bestuursrechtelijke geldschulden (bestuurlijke boete, dwangsom of kosten van bestuursdwang) als bedoeld in de artikelen 4:14 en 15 jo. artikel 5:10 van de Awb.;
benoemingen in commissies, met uitzondering van benoemingen van niet-ambtenaren in commissies waaraan presentiegeld is verbonden en voor zover de benoeming een bevoegdheid van het college is;
het nemen van een besluit in afwijking van een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het bepaalde in de bij en krachtens het van kracht zijnde Treasurystatuut, (thans: het jaar 2018) en de op grond daarvan vastgestelde en van kracht zijnde “Bijlage 2.Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede” (thans: het jaar 2018)*6.
*6. Vastgesteld door het college op 6 februari 2018.