Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Inleiding

Onderdeel van Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast 2018 Ridderkerk

Per 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden (Stb. 2017, 77). Deze wet heeft betrekking op het opnemen van een nieuw artikel 151d in de Gemeentewet. Op grond van dat artikel kan de raad bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt (of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven) er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ligt bij de burgemeester. Dit betekent dat de burgemeester een concrete gedragsaanwijzing kan opleggen. Deze gedragsaanwijzing is uitsluitend bedoeld ter bestrijding van ernstige woonoverlast voor omwonenden die veroorzaakt wordt door een andere bewoner die in de (nabije) omgeving woont. De bevoegdheid ziet niet op de handhaving van de openbare orde. De gemeenteraad van Ridderkerk heeft op 22 februari 2018 besloten deze bevoegdheid op te nemen in artikel 2.79 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Ridderkerk. Dit besluit is op 22 maart 2018 bekend gemaakt in het (elektronisch) Gemeenteblad en op 23 maart 2018 in werking getreden. Artikel 2:79, tweede lid van de APV bepaalt dat de burgemeester beleidsregels vast stelt over het gebruik van deze bevoegdheden. Deze beleidsregels voorzien hierin.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel