Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast 2018 Ridderkerk

De beleidsregels zijn op grond van onderstaande wet- en regelgeving tot stand gekomen. De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheden. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: geluid- of geurhinder; hinder van dieren; hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in de woning of op een erf aanwezig zijn; overlast door vervuiling of verwaarlozing van de woning of een erf; intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. In artikel 151d, eerste lid van de Gemeentewet wordt gesproken over een “last onder bestuursdwang”. Uit artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vloeit voort dat een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan ook een last onder dwangsom kan opleggen. De Algemene wet bestuursrecht regelt in hoofdstuk 5 het opleggen van een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom. Verder wordt in artikel 151d van de Gemeentewet de Wet tijdelijk huisverbod (deels) van toepassing verklaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel