Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
- - de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
- - de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
- - indien zich gronden voordoen zoals genoemd in artikel 18 van de Wet.