• - - mandaat: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan een besluit te nemen;
    • - machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten – zg feitelijke handelingen - die noch als een besluit, noch als privaatrechtelijke handeling kunnen worden aangemerkt;
    • - volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan privaatrechtelijke handelingen te verrichten;
    • - mandaatgever: het bestuursorgaan dat aan een in het mandatenregister

      genoemde functionaris –de gemandateerde- de bevoegdheid geeft om in naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen;

    • - gemandateerde: de functionaris, die van de mandaatgever de bevoegdheid heeft

      gekregen om in naam van de mandaatgever besluiten te nemen;

    • - ondermandaat: een door een gemandateerde verleend mandaat van een aan hem gemandateerde bevoegdheid;
    • - mandatenregister: het bij dit besluit behorend register waarin ten aanzien van het uitoefenen van bevoegdheden vermeld wordt aan welke functionarissen (onder)mandaat, machtiging of volmacht wordt verleend.
  • - De algemene bepalingen die zijn opgenomen voor mandaat in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gelden tevens voor de bevoegdheden op grond van volmacht en machtiging, gelet op artikel 10:12 hoofdstuk 10 van de Awb.
  • - Ingeval van afwezigheid van de in eerste lid onder e bedoelde functionarissen, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger (of waarnemer) als beschreven in artikel 4.

    Op plaatsvervanging zijn de bepalingen van deze mandaatregeling van overeenkomstige toepassing.