**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB wordt bepaald op 10% van het wettelijke minimumloon voor de alleenstaande van 22 jaar in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB wordt bepaald op 20% van het wettelijk minimumloon voor:
de alleenstaande van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, of
de alleenstaande ouder met zijn kind(eren) van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar
in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**3..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB wordt bepaald op 10% van het wettelijk minimumloon voor:
de alleenstaande van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, of
de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar,
indien de noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met één ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, of met een ander echtpaar dat in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.
**4..** Geen toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB wordt verleend aan:
de alleenstaande van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, of
de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar,
indien de noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met meer dan één ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, of met meer dan één ander echtpaar dat in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.
**5..** Geen toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB wordt verleend indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan voor de belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden.
Artikel 3.
Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening verhoging en verlaging algemene bijstand 2004