De auditcommissie is belast met de advisering aan en overleg namens de raad over alle activiteiten die van belang zijn voor een goede beheersing op het gebied van rechtmatigheid en doelmatigheid, en het kunnen vervullen door de gemeenteraad van zijn controlerende verantwoordelijkheid. De auditcommissie overlegt en adviseert in ieder geval over:

  • - De selectie en benoeming, dan wel beëindiging van de samenwerking met een accountant voor de controle van de jaarrekening.
  • - Het vaststellen van het controleprotocol voor de accountantscontrole, met daarin eventuele bijzondere onderzoeksonderwerpen namens de raad.
  • - Het onderzoek van de documenten behorend bij de Planning- en Controlcyclus (begroting, jaarrekening, tussentijdse rapportages en kadernota) als financiële sturingsinstrumenten voor de raad, evenals de beoordeling van de kwaliteit en informatiewaarde van deze documenten en de planning voor de behandeling van de documenten.
  • - De uitwerking en naleving door het college van de Financiële Verordening, c.q. uitvoering van artikel 212 en 213a van de Gemeentewet (hierna: Gw).
  • - De verantwoordingen door het college in het kader van de beleidsevaluatie voor zover het betreft de doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde beleid en beheer.
  • - De auditcommissie bevordert dat onderzoeken van de accountant vanuit de wettelijke controle opdracht, de gemeentelijke rekenkamercommissie, interne audits door het college op grond van art. 212 en 213a Gw, en onderzoeken door de raad, op elkaar worden afgestemd.
  • - Opvolging van door de raad aangenomen aanbevelingen voortvloeiend uit de accountantscontrole, rekenkamercommissieonderzoeken en beleidsevaluaties.
  • - De jaarrekeningen en overige documenten uit de P&C cyclus van verbonden partijen, voor zover het betreft de financiële positie van verbonden partijen in relatie tot effecten voor de financiële positie van de gemeente.
  • - De taken in het kader van horizontaal toezicht en de afstemming daarvan met de provinciale toezichthouder.