Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen, de cliënt, jeugdige en zijn ouders, de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige of cliënt en het probleem of de hulpvraag;
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning
het vermogen van de cliënt, jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
de mogelijkheden om ondersteuning te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening;
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt of jeugdige
de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;
welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de Wmo verschuldigd zal zijn, dit geldt niet voor de jeugdhulp.
hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders of cliënt, en
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt, jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Het college informeert de jeugdige of zijn ouders of cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.
Er wordt gebruik gemaakt van de meest recente versie van de ‘Beleidsregels indicatiestelling Wlz’ die op worden gesteld door het CIZ voor het vast stellen van boven gebruikelijke zorg.
Als de cliënt, een jeugdige of zijn ouders, een persoonlijk plan of familiegroepsplan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
Het college kan in overleg met de cliënt, een jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.