Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1.

Plaatsingsproces

Onderdeel van Sociaal Plan herindeling gemeenten Rijnwaarden en Zevenaar

1.. Uitgangspunt is dat alle medewerkers in de nieuwe organisatie in een ongewijzigde of passende functie worden geplaatst of - indien dit na zorgvuldige afweging niet mogelijk is gebleken - in een geschikte functie. Daar waar geen ongewijzigde, passende of geschikte functie is gevonden, wordt de medewerker aangemerkt als boventallig, conform het bepaalde in hoofdstuk 10d van de CAR-UWO. Deze medewerkers worden in afwachting van het Van-Werk-Naar-Werk traject belast met tijdelijke werkzaamheden. 2.. In het plaatsingsproces nemen de medewerkers van beide gemeenten een gelijkwaardige positie in. Leidend voor plaatsing (mens volgt functie) is de functiebeschrijving bij de oude en de nieuwe werkgever. Verschillen in salarisschaal bij overeenkomstige functies zijn geen plaatsingscriterium. Deze algemene regels zijn niet van toepassing op de functies vervat in Functieboek 1. 3.. De inhoud van de functie en de functieschaal zoals deze gelden op 1 januari 2017 gelden als uitgangspunt voor de plaatsing in de nieuwe organisatie. 4.. Medewerkers die in hun huidige gemeente meer dan één functie of een samengestelde functie vervullen, krijgen geen ongewijzigde functie toegewezen volgens het principe mens volgt werk. De plaatsingscommissie gaat met deze medewerkers in gesprek over hun voorkeur(-en). Wanneer er voor deze medewerkers een passende functie beschikbaar is, hebben zij voorrang op de medewerker die voorkeur heeft voor dezelfde passende functie maar die in een ongewijzigde functie geplaatst kan worden. Bevat één van de deeltaken tenminste 70% van de taken, dan komt de medewerker voor deze deeltaak in aanmerking voor plaatsing in een ongewijzigde functie. 5.. Als binnen één jaar na definitieve plaatsing blijkt dat de passende of geschikte functie waarop de medewerker is geplaatst, ongeschikt is voor de medewerker, dan zal de werkgever opnieuw onderzoeken of een hernieuwd aanbod voor een passende of geschikte functie kan worden gedaan aan de medewerker. Indien dit niet mogelijk is, wordt de medewerker aangemerkt als boventallig als bedoeld in artikel 4.14 van dit sociaal plan. 6.. Als binnen de looptijd van dit sociaal plan in de nieuwe organisatie een passende functie beschikbaar komt, dan hebben achtereenvolgens medewerkers die als boventallig zijn aangemerkt en medewerkers die geplaatst zijn in een geschikte functie, voorrang bij de sollicitatie naar deze vacature. De werkgever heeft een inspanningsverplichting om de vacature onder de aandacht te brengen van deze medewerkers. 7.. Medewerkers met een tijdelijke aanstelling die van rechtswege afloopt op 31 december 2017, gaan niet automatisch over naar de nieuwe organisatie. Zij hebben, desgewenst, de mogelijkheid om als interne kandidaat te worden aangemerkt bij de werving- en selectieprocedures voor vacatures die na afloop van het plaatsingsproces niet zijn vervuld. 8.. Het recht op het in deeltijd vervullen van functies wordt gerespecteerd. Bij toetsing van de passendheid als plaatsingscriterium wordt geen onderscheid gemaakt tussen medewerkers met een volledige dienstbetrekking en die met een deeltijdbetrekking. 9.. Als meer dan één medewerker in aanmerking komt voor plaatsing op dezelfde functie, dan wordt bij de plaatsing het afspiegelingsbeginsel toegepast. Dit houdt in dat wordt gestreefd naar een evenredige vertegenwoordiging van de volgende leeftijdscategorieën: 15 tot en met 24 jaar; 25 tot en met 34 jaar; 35 tot en met 44 jaar; 45 tot en met 54 jaar; en 55 jaar en ouder. Binnen elke leeftijdsgroep komt de medewerker met het hoogste aantal jaren aan diensttijd als eerste voor plaatsing in aanmerking. Uitgangspunt is de diensttijd en leeftijd op het moment dat het formatieplan is vastgesteld (peildatum).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel