Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Beuningen 2018
INHOUDSOPGAVE
Paragraaf 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Regel 1 - Begripsbepalingen
Regel 2 - Voorwaarden
Regel 3 - Individualiseren
Paragraaf 2 DRAAGKRACHT
Regel 4 - Draagkracht
Regel 5 - Draagkrachtperiode
Regel 6 - Draagkrachtpercentage
Regel 7 - Terugwerkende kracht
Regel 8 - Drempelbedrag
Paragraaf 3 KOSTEN VAN HET BESTAAN
Regel 9 - Woonkosten
Regel 10 - Maatschappelijke kosten
Regel 11 - Duurzame gebruiksgoederen
Regel 12 - Vrijwillige bewindvoering en WSNP-bewindvoering
Regel 13 - Zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar
Regel 14 - Jongeren van 18 tot 21 jaar in een inrichting
Regel 15 – medische kosten
Paragraaf 4 SLOTBEPALINGEN
Regel 16 - De wijze van betalen
Regel 17 - Uitvoering
Regel 18 - Citeertitel en inwerkingtreding
ALGEMENE TOELICHTING
Wanneer gebruik je het handboek Grip op Participatiewet?
Hoe ga je om met een lening als voorliggende voorziening?
Hoe ga je om met medische kosten? (de relatie met de Collectieve Zorgverzekering voor Minima (CZM))
Hoe ga je om met het verplicht eigen risico?
Mag je forfaitaire bedragen hanteren?
In welke vorm verstrek je de bijzondere bijstand?
REGELGEWIJZE TOELICHTING
Regel 1 - Begrippen
Regel 2 - Voorwaarden
Regel 3 - Individualiseren
Regel 4 - Draagkracht
Regel 5 - Draagkrachtperiode
Regel 6 - Draagkrachtpercentage
Regel 7 - Terugwerkende kracht
Regel 9 - Woonkosten
Regel 10 - Maatschappelijke kosten
Regel 11 - Duurzame gebruiksgoederen
Regel 12 - Vrijwillige bewindvoering en WSNP-bewindvoering
Regel 13 - Zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar
Regel 14 - Jongeren van 18 tot 21 jaar in een inrichting
Regel 15 – Medische kosten
Regel 16 - De wijze van betalen
Regel 17 - Uitvoering
Paragraaf 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Regel 1 - Begripsbepalingen
- - Voor zover daarvan in deze beleidsregels niet wordt afgeweken gelden de begripsbepalingen van de Participatiewet.
- - In deze beleidsregels wordt voorts verstaan onder:
- - wet: de Participatiewet;
- - belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
- - bijstandsnorm: 110% van de op de belanghebbende van toepassing zijnde norm op grond van paragraaf 3.2 van de wet, waarbij artikel 22a buiten toepassing wordt gelaten;
- - tremanormen: de landelijke door rechterlijke instanties gehanteerde normen bij de vaststelling van een onderhoudsverplichting naar burgerlijk recht.
Regel 2 - Voorwaarden
- - Bijzondere bijstand wordt verleend indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval leiden tot noodzakelijke kosten van het bestaan waarin belanghebbende niet kan voorzien uit de bijstandsnorm en de aanwezige draagkracht.
- - Voor het vaststellen van de noodzaak van de kosten kan advies worden ingewonnen bij derden. (Toelichting)
Regel 3 - Individualiseren
Van de bepalingen en criteria in deze beleidsregel kan gemotiveerd worden afgeweken als de individuele situatie van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft:
- - in het voordeel van de belanghebbende als zijn individuele omstandigheden dit rechtvaardigen;
- - in het nadeel van de belanghebbende, al dan niet gedurende een bepaalde periode, als er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. (Toelichting)
Paragraaf 2 DRAAGKRACHT
Regel 4 - Draagkracht
- - Bij het vaststellen van de draagkracht zijn de bepalingen van hoofdstuk 3, paragraaf 4 van de wet van onverkort van toepassing.
- - Bij regelmatige inkomsten is het inkomen in de maand voorafgaand aan de maand waarin de kosten zijn opgekomen van de aanvraag bepalend. Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de maand van de aanvraag bepalend. (Toelichting)
Regel 5 - Draagkrachtperiode
- - De draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van een jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand vanaf het moment waarin de kosten zich voordeden.
- - De draagkracht kan in afwijking van het gestelde in sub a worden vastgesteld voor een periode van een jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin voor het eerst bijzondere noodzakelijke kosten zijn gemaakt, indien in alle redelijkheid met die kosten rekening moet worden gehouden.
- - De draagkracht kan in afwijking van het gestelde in sub a worden vastgesteld voor een afwijkende periode indien de aard van de bijzondere kosten daartoe aanleiding geeft.
- - Een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt in beginsel niet meer aangepast. (Toelichting)
Regel 6- Draagkrachtpercentage
- - Met inachtneming van het gestelde in de regels 1, 3 en 4 van deze beleidsregels¬ wordt ten aanzien van vermogen boven de vermogensgrens (artikel 34 lid 3 van de wet) 100% in aanmerking genomen en ten aanzien van het inkomen boven de bijstandsnorm 35% in aanmerking genomen.
- - Bij samenloop van periodieke en incidentele bijzondere bijstand wordt de draagkracht eerst aangewend voor de incidentele kosten. (Toelichting)
Regel 7- Terugwerkende kracht
Hoofdregel is dat geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor kosten die meer dan zes maanden voorafgaand aan de bijstandsaanvraag zijn gemaakt. (Toelichting)
Regel 8 - Drempelbedrag
Artikel 35 lid 2 van de wet vindt bij de verlening van bijzondere bijstand geen doorgang.
Paragraaf 3 KOSTEN VAN HET BESTAAN
Regel 9 - Woonkosten
- - Bij bewoning van een huurwoning of een eigen woning, waarvan de woonkosten de voor de belanghebbende van toepassing zijnde maximale huurtoeslaggrens krachtens de Wet op de huurtoeslag overschrijden, kan een tegemoetkoming verstrekt worden.
- - De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in sub a wordt vastgesteld op het bedrag van de woonkosten, verminderd met het bedrag dat bij een maximale huur op grond van de Wet op de huurtoeslag door de belanghebbende zelf betaald dient te worden.
- - De tegemoetkoming als bedoeld in sub a wordt voor een maximale periode van een jaar toegekend, onder de verplichting dat de belanghebbende uitziet naar goedkopere huisvesting.
- - De tegemoetkoming als bedoeld in sub a kan voor een periode van maximaal één jaar worden verlengd, indien en voor zolang geen goedkopere huisvesting verkregen kan worden.
- - Bijzondere bijstand voor vaste lasten van de woning tijdens detentie kan verleend worden voor de duur van maximaal zes maanden indien dit noodzakelijk is voor een terugkeer in de gemeente op korte termijn.
- - Bijzondere bijstand voor vaste lasten van de woning tijdens verblijf in een inrichting kan verleend worden voor de duur van maximaal zes maanden indien dit noodzakelijk is voor een terugkeer in de gemeente op korte termijn.
- - Kosten in verband met verhuizing zoals bedoeld in sub a worden vergoed bij bewoning van een huurwoning of een eigen woning, waarvan de woonkosten de voor de belanghebbende van toepassing zijnde maximale huurtoeslaggrens krachtens de Wet op de huurtoeslag overschrijden.
- - Kosten in verband met verhuizing en dubbele woonlasten gedurende maximaal één maand worden vergoed als er sprake is van een sociale noodzaak. (Toelichting)
Regel 10 - Maatschappelijke kosten
Bijzondere bijstand kan worden verleend voor:
- - de eigen bijdrage in de kosten voor rechtsbijstand;
- - de eenmalige eigen bijdrage in de kosten van jeugdhulpverlening;
- - uitvaartkosten;
- - de kosten van een bezoek aan een in een ziekenhuis verblijvend gezinslid;
- - de kosten van een bezoek aan een gedetineerd gezinslid;
- - indirecte studiekosten van schoolgaande kinderen;
- - de eigen bijdrage voor een warme maaltijdvoorziening;
- - de eigen bijdrage in de kosten van deelname aan een peuterspeelzaal voor kinderen tot en met 4 jaar en de eigen bijdrage voor de voor- en vroegschoolse educatie;
- - de meerkosten van een babyuitzet als gevolg van een geboorte van een meerling, een ongewenste zwangerschap ten gevolge van een zedendelict of hogere kosten ten gevolge van medische complicaties;
- - de kosten voor een medisch advies in het kader van inburgering en/of naturalisatie;
- - borgstelling ter hoogte van maximaal €10.000,-;
- - overige inrichtingskosten/verhuiskosten;
- - de kosten voor de eerste maand huur;
- - de kosten voor ouderbijdrage voor een kind;
- - ouderbijdrage jeugdhulp;
- - eigen bijdrage dagbesteding ouderen, tot een maximum van € 5,- per dag. (Toelichting)
Regel 11 - Duurzame gebruiksgoederen
- - De hoogte van de geldlening voor duurzame gebruiksgoederen wordt vastgesteld op 75% van de prijzengids van het NIBUD. De gebruiksduur van de duurzame gebruiksgoederen wordt vastgesteld op minimaal zeven jaar.
- - De hoogte van de aflossing van een geldlening voor de duurzame gebruiksgoederen wordt vastgesteld op minimaal 6% van het netto inkomen.
- - Indien een geldlening op grond van de wet is verstrekt, wordt na drie jaar aflossing overeen¬komstig het volgens deze regel vastgestelde aflossingsbedrag, het restant van de lening omgezet in een bedrag om niet. Met de hiervoor bedoelde geldlening wordt gelijkgesteld de aflossing van een andere geldlening, die voor als noodzake¬lijk aan te merken kosten is aangegaan.
- - Bij de beoordeling van de noodzaak van bijstandsverlening voor duurzame gebruiksgoederen betrekt het college van burgemeester en wethouders de mate waarin belanghebbende de in de bijstandsnorm aanwezige reserveringsruimte heeft kunnen benutten.
- - Ten aanzien van personen die een inkomen hebben boven de voor hen geldende bijstandsnorm, wordt dat meerdere -met inachtne¬ming van regel 5 van deze beleidsregels- voor 30% in de aflossing betrok¬ken.
- - De hoogte van de aflossing wordt herzien, indien de financiële positie van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft. (Toelichting)
Regel 12 - Vrijwillige bewindvoering en WSNP-bewindvoering
Er kan recht op bijzondere bijstand bestaan als er bij:
- - bewindvoering een beschikking door de rechter is afgegeven en er sprake is van vrijwillige bewindvoering.
- - WSNP-bewindvoering een beschikking door de rechter is afgegeven.
De hoogte van de bijzondere bijstand in het kader van vrijwillige bewindvoering wordt als volgt vastgesteld:
- - Is de beloning van de bewindvoerder door de kantonrechter vastgesteld volgens het Burgerlijke Wetboek (5 procent van de netto-opbrengst van de onder bewind staande goederen), dan heeft de bewindvoerder geen recht op een beloning en kan hiervoor geen bijzondere bijstand worden verleend.
- - Stelt de kantonrechter de beloning afwijkend vast volgens de aanbevelingen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren (LOVCK), dan komen deze kosten in aanmerking voor bijstandsverlening.
- - Als een bewindvoerder aantoonbaar concrete kosten maakt, dan komen deze kosten in aanmerking voor bijstandsverlening.
De hoogte van de bijzondere bijstand in het kader van WSNP-bewindvoering wordt als volgt vastgesteld:
- - Als de beloning van de bewindvoerder niet uit de boedel kan worden betaald, dan komen deze kosten in aanmerking voor bijstandsverlening. (Toelichting)
Regel 13 - Zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar
- - Aan de alleenstaande (ouder) van 18 tot 21 jaar en het gezin waarvan één of beide partners jonger is dan 21 jaar kan bijzondere bijstand worden verleend in aanvulling op de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wanneer
- - zelfstandige huisvesting noodzakelijk is én
- - voor zover de middelen van de ouders niet of niet geheel toereikend zijn of van de belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij voor financiële hulp een beroep op zijn ouders doet.
- - Van noodzakelijke zelfstandige huisvesting als bedoeld in sub a is sprake als:
- - de ouders van belanghebbende zijn overleden of in het buitenland wonen en onbereikbaar zijn;
- - belanghebbende op het moment van de bijstandsverlening al 12 maanden zelfstandig woont;
- - belanghebbende geen beroep op zijn ouders kan doen.
- - Belanghebbende wordt geacht redelijkerwijs geen beroep op zijn ouders te kunnen doen als op basis van een schriftelijke indicatie van een instelling voor jeugdhulpverlening sprake is van een ernstig verstoorde relatie tussen ouder(s) en kind.
- - De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de bijstandsnorm voor (een) belanghebbende(n) van 21 jaar in een vergelijk¬bare situatie vermin¬derd met de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de berekende ouderlijke bijdrage.
- - Voor de beoordeling of en in hoeverre de middelen van de ouders toerei¬kend zijn om in de noodzakelijke bestaans¬kosten van hun kind te voorzien, wordt aangesloten bij de tremanormen.
- - De op grond van sub b verleende bijzondere bijstand wordt behoudens dringende redenen met toepassing van de tremanormen op de ouders verhaald.
- - Indien in de situatie van de jongmeerderjarige, als hij 21 was geweest, de kostendelersnorm van toepassing zou zijn, wordt het maximaal te verstrekken bedrag bepaald door berekening conform de kostendelersnorm, tenzij dit hoger uitkomt dan berekening conform bovenstaande uitgangspunten. De verlaging die op grond van de kostendelersnorm bij de overige huisgenoten zou worden toegepast, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. (Toelichting)
Regel 14 - Jongeren van 18 tot 21 jaar in een inrichting
- - Aan de alleenstaande van 18 tot 21 jaar die in een inrichting verblijft, kan bijzondere bijstand worden verleend voor zijn persoonlijke uitgaven, voor zover de eigen middelen en die van zijn ouders niet toereikend zijn of van de belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij voor financiële hulp een beroep op zijn ouders doet.
- - De bijstand als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste gelijk aan de bijstandsnorm voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder die in een inrichting verblijft. (Toelichting)
Regel 15 – Medische kosten
- - Medische kosten komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking, omdat de Collectieve Zorgverzekering voor Minima als voorliggende voorziening beschouwd wordt. Onder medische kosten worden kosten verstaan die op basis van de CZM voor vergoeding in aanmerking komen.
- - In afwijking van lid 1 komen medische kosten wel voor bijzondere bijstand in aanmerking indien:
- - belanghebbende niet deelneemt aan de Collectieve Zorgverzekering voor Minima, bijvoorbeeld als gevolg van een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar; en/of
- - een betalingsregeling met de zorgverzekeraar niet afgesproken is of kan worden.
In dit geval bedraagt de hoogte van de bijzondere bijstand niet meer dan het bedrag dat op basis van de CZM voor vergoeding in aanmerking zou komen. Dit bedrag wordt bepaald aan de hand van het vergoedingenoverzicht van het CZM-pakket met de laagste premie per maand. (Toelichting)
Paragraaf 4 SLOTBEPALINGEN
Regel 16 - De wijze van betalen
De betaling van de bijstand vindt uitsluitend op de volgende manieren plaats:
- - Als belanghebbende in bezit is van de definitieve nota: rechtstreeks aan de belanghebbende.
- - Op basis van offerte op verzoek van belanghebbende: rechtstreeks aan de leverancier.
- - Op basis van offerte op verzoek van belanghebbende: rechtstreeks aan belanghebbende. (Toelichting)
Regel 17 - Uitvoering
- - Het college van burgemeester en wethouders beslist in die gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien.
- - Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels, indien toepassing van deze beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. (Toelichting)
Regel 18 - Citeertitel en inwerkingtreding
- - Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Beuningen 2018’ (en maken deel uit van het Besluit Uitvoeringsregels Sociale Zaken (BUSZ)).
- - Deze beleidsregels treden met ingang van 1 mei 2018 in werking.
- - De Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Beuningen 2015 worden ingetrokken.