1. Het Dagelijks bestuur en de colleges van de deelnemende gemeenten kunnen aan het Algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
2. Indien het Algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel toekomen aan de colleges van deelnemende gemeenten.
3. Een wijziging is tot stand gekomen wanneer:
a. het Algemeen bestuur zich daarvoor heeft verklaard
b. en tenminste tweederde van het aantal colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten zich daarvoor heeft verklaard.
4 De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin in alle deelnemende gemeenten de inschrijving in de registers als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wet heeft plaatsgehad.