1. De regeling kan enkel worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemende gemeenten.
2. In geval van opheffing van de regeling, regelt het Algemeen bestuur de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen daarvan bij een liquidatieplan. De bepalingen van de regeling blijven daarbij zoveel mogelijk van kracht.
Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de colleges van burgemeester en wethouders zijn gehoord. In dit plan zijn bepalingen opgenomen omtrent de vereffening van het vermogen van het openbaar lichaam naar de deelnemende gemeenten toe.
Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
De organen van het openbaar lichaam blijven, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid.