Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Toezichthouder

Onderdeel van Handhavingsbeleid Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk

Het College van burgemeester en wethouders ziet er op toe dat de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de vigerende lokale regelgeving worden nageleefd. De gemeente geeft hiertoe de GGD Hollands Midden opdracht om de kwaliteit van kindercentra, gastouderbureaus, gastouders en peuterspeelzalen jaarlijks te controleren. Hiervoor heeft het College van burgemeester en wethouders de directeur van de RDOG aangewezen als toezichthouder. Hij kan deze taak verder in zijn organisatie mandateren. Het College van burgemeester en wethouders heeft de directeur van de RDOG Hollands Midden aangewezen als toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Hij kan deze taak verder in de organisatie mandateren. Jaarlijks worden er door de gemeente en de GGD Hollands Midden afspraken gemaakt over toezicht, het zogeheten inspectiearrangement (eventueel in contractvorm). Hierin zijn onder andere opgenomen: een overzicht van de te inspecteren kindercentra; de planning van de jaarlijkse inspecties; het aantal uren per inspectie, afhankelijk van het soort opvang; het inspectietarief; de wijze waarop de inspecties worden uitgevoerd; de wijze waarop de inspecties aan de gemeente gerapporteerd worden. De GGD en de gemeente bespreken dit inspectiearrangement minimaal eens per kwartaal individueel. Daarnaast is er minimaal 2 x per jaar een regio-overleg, waarbij alle gemeenten en de verantwoordelijke GGD aanwezig zijn.

Rechtspraak bij dit artikel