Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Handhavingsinstrumenten

Onderdeel van Handhavingsbeleid Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk

Indien uit de inspectierapporten van de toezichthouder blijkt dat een kinderopvanghouder niet aan de kwaliteitseisen voldoet, zal de gemeente handhavend optreden. Hiervoor heeft de gemeente verschillende handhavingsinstrumenten of sancties tot haar beschikking. De gemeente kan er ook voor kiezen om eerst een (schriftelijke) waarschuwing te geven aan houders. Dit is formeel geen onderdeel van het handhavingstraject. De mogelijke gemeentelijke handhavinginstrumenten en de grondslag daarvoor zijn: Aanwijzing (door College) Wko artikel 1.65 en 2.23 Herstellende sanctie Bestuursdwang Awb artikel 5:21 Herstellende sanctie Last onder dwangsom Awb artikel 5:32 Herstellende sanctie Bestuurlijke boete Wko artikel 1.72, 2.27 en 2.28 Bestraffende sanctie Exploitatieverbod Wko artikel 1.66 en 2.24 Herstellende sanctie Uitschrijven uit register Wko artikel 1.47 Herstellende sanctie * Wko = Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen De werking en de inhoud van bovenstaande handhavingsinstrumenten bij de kinderopvang worden beschreven in de inleiding van het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen (VNG, 2012). Hieraan zijn ook door de VNG vastgestelde boetebeleidsregels gekoppeld, die zijn uitgewerkt in het afwegingsmodel. In de Wet kinderopvang is expliciet vermeld dat er geen bestuurlijke boete opgelegd mag worden aan door de gemeente gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit instrument is in deze gevallen niet effectief, omdat de boete indirect weer bij de gemeente als subsidiegever neergelegd wordt. Het is aanbevolen om altijd eerst een aanwijzing te geven, voordat verdergaande instrumenten ingezet worden. Indien de geconstateerde overtreding zo ernstig is dat de toezichthouder reeds een bevel heeft afgegeven, neemt het bevel meestal de plaats van de aanwijzing in. Een volgende stap is het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang. Indien dit geen gevolgen heeft wordt een exploitatieverbod opgelegd, in principe gecombineerd met uitschrijving uit het register. Daarnaast kan gesteld worden dat Katwijk over het algemeen kiest voor een herstellende sanctie en niet voor een bestraffende sanctie. Doel van het handhavingsbeleid is immers om de kwaliteit te herstellen en niet om voorzieningen voor kinderopvang of peuterspeelzaalwerk te straffen. Daarom zal het instrument “bestuurlijke boete” slechts in beperkte mate ingezet worden. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken (bijv. Verklaring Omtrent Gedrag in paragraaf 4.4).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel