Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3

Uitvoering handhavingsbeleid

Onderdeel van Handhavingsbeleid Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk

Handhaving kinderopvang is neergelegd bij de vakinhoudelijke afdeling. Dit is de afdeling Samenleving. Hier wordt ook een eventueel vervolgtraject in gang gezet. De zwaardere gevallen zullen afgehandeld worden in samenspraak met de juristen van de afdeling Bedrijfsvoering, dan wel met de handhavers van de afdeling Veiligheid.. De basis voor de handhaving is het in hoofdstuk 3 beschreven inspectierapport van de toezichthouder. Hierin staat een advies aan de gemeente. De gemeente volgt dit advies in principe op. Daar waar de gemeente voornemens is af te wijken van het advies overlegt de gemeente met de toezichthouder. Indien de zienswijze daar aanleiding toe geeft neemt de gemeente contact op met de houder van de voorziening. Op basis van het advies van de toezichthouder onderneemt de gemeente de volgende actie: De houder van de voorziening krijgt een schriftelijke bevestiging dat de voorziening volledig aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang voldoet. De gemeente start een handhavingtraject. Dit betekent dat er in principe een aanwijzing aan de houder van de voorziening gegeven wordt. In bijzondere omstandigheden kan er gemotiveerd afgeweken worden van deze eerste stap. Bijvoorbeeld de inspectiehistorie, de aard van een overtreding of de zienswijze van een houder kunnen aanleiding zijn om de aanwijzing te vervangen voor een zwaarder instrument of juist voor een lichter instrument: de waarschuwing. Ook wordt meegewogen of het instrument ‘overleg en overreding’ is ingezet. Is dit het geval, maar heeft dit niet het gewenste resultaat opgeleverd, dan beschouwt de gemeente dit als een verzwarende omstandigheid. Bij het GGD advies om handhavend op te treden start de gemeente in principe een handhavingstraject met een aanwijzing. De gemeente houdt zicht op de naleving van de aanwijzing. Dit doet zij door de toezichthouder opdracht te geven tot een nader onderzoek. Dit nader onderzoek wordt uitgevoerd ná de hersteltermijn die een houder gekregen heeft. Deze termijn wordt per overtreding bepaald op basis van de voorgestelde termijnen in het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen. Het nader onderzoek kan eventueel gekoppeld worden aan een reguliere inspectie. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat een overtreding nog niet is verholpen, wordt een vervolgtraject ingezet, waarbij een zwaarder handhavingsinstrument ingezet wordt. Het tijdig in bezit hebben van een VOG van een beroepskracht is een aandachtspunt in de regio. Herstellende sancties hebben in het verleden onvoldoende (preventief) effect gehad. De overtreding werd binnen de termijn (of regelmatig al voor constatering) opgelost, maar werd een volgende keer weer begaan. Vandaar dat hier vastgelegd wordt hoe specifiek aan dit punt invulling gegeven wordt. Bij een eerste constatering van overtreding1Na vaststelling van het handhavingsbeleid kinderopvang 2011. van de eisen die aan een VOG gesteld zijn, geeft de gemeente (per kindercentrum) een aanwijzing. Indien binnen een periode van 3 jaar2Na de datum waarop de overtreding voor het eerst geconstateerd is bij hetzelfde kindercentrum nogmaals een overtreding van de eisen die aan een VOG gesteld zijn geconstateerd wordt, legt de gemeente direct een bestuurlijke boete op. De hoogte hiervan wordt bepaald op basis van het afwegingsmodel handhaving kinderopvang. Het college bepaalt vervolgens of deze hoogte proportioneel is en kan de boete op basis van deze afweging verhogen of verlagen. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze overtreding in Katwijk minder frequent voorkomt dan in andere delen van de regio. Omdat er echter verschillende regionaal en landelijk opererende instellingen actief zijn is het van belang in dit opzicht als regio op dezelfde wijze te handhaven. Houders zijn verplicht om zich voor het starten van hun voorziening aan te melden bij de gemeente, mee te werken aan het toezicht, gevolg te geven aan de handhaving én om wijzigingen met betrekking tot hun ondernemingen zo spoedig mogelijk door te geven aan de gemeente in verband met het LRKP. Indien dit niet het geval is, kan de gemeente eveneens handhavend optreden. Dit gebeurt in principe door middel van een bestuurlijke boete. Ook hierbij baseert de gemeente zich op het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen van de VNG 2012. Een aandachtspunt op dit onderdeel is het melden van het stopzetten van de registratie. Tijdens de uitvoer van de inspecties is de afgelopen jaren in toenemende mate gebleken dat voorzieningen gesloten waren, zonder dat deze wijzigingen doorgegeven waren aan de gemeente. Dit is een verspilling van tijd en gemeenschappelijke middelen. Gemeenten zullen hierop strak handhaven.

Rechtspraak bij dit artikel