De thuiswerkovereenkomst wordt met onmiddellijke ingang beëindigd in onder meer onderstaande gevallen. In geval:
a) de medewerker de afspraken die zijn opgenomen in de thuiswerkovereenkomst niet of in onvoldoende mate nakomt;
b) de thuiswerkplek niet of niet meer voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de arbeidsomstandighedenwet;
c) de medewerker weigert mee te werken aan een tijdig aangekondigd onderzoek van de thuiswerkplek door de werkgever of de Arbodeskundige;
d) de medewerker in onvoldoende mate aan de gestelde (functie)eisen voldoet;
e) de medewerker een andere functie vervult;
f) een situatie is ontstaan waarin het dienstbelang zich verzet tegen voortzetting van het thuiswerken;
g) de leidinggevende besluit, met redenen omkleed, dat voortzetting van de thuiswerkovereenkomst niet langer wenselijk is;
h) de medewerker verzoekt om beëindiging van de thuiswerkovereenkomst.