1.Eigen mogelijkheden
Het eerste beoordelingspunt van het college als iemand een hulpvraag stelt is of er onderdelen zijn die iemand zelf kan (blijven) doen. Een andere vorm van benutten van eigen mogelijkheden is het verlenen van medewerking aan een zo efficiënt mogelijke zorgverlening. Dit betekent dat van de cliënt verwacht mag worden dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en de planning van huishoudelijke activiteiten.
Ook financiële mogelijkheden vallen onder de eigen mogelijkheden van de cliënt. Mensen kunnen ondanks hun inkomen altijd aanspraak maken op ondersteuning. Was men echter gewend om zelf een schoonmaakhulp in te huren, dan is er geen reden om dit te veranderen als men beperkingen krijgt. Wel moet worden afgewogen of deze hulp na het ontstaan van de beperkingen nog toereikend is.
2.Gebruikelijke hulp
Wat iemand niet zelf kan doen zal overgenomen moeten worden. Dat kan allereerst door huisgenoten. Als er gebruikelijke hulp aanwezig is, wordt er geen of minder ondersteuning geboden bij het schoonhouden of organiseren van het huishouden. Van gebruikelijke hulp is sprake als er een huisgenoot of meerdere huisgenoten aanwezig is, die in staat worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Huisgenoten zijn personen die op basis van een familieband of op basis van een bewuste keuze samen een huishouden voeren. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot:
Vanaf 23 jaar wordt verwacht dat de huisgenoot in staat moet zijn om, naast een volledige baan of opleiding een volledig huishouden over te nemen;
Van 18 tot 23 jaar wordt iemand in staat geacht, om naast een volledige baan of opleiding, een eenpersoonshuishouden te voeren. Dus in een gezamenlijk huishouden mogen de volgende activiteiten worden verwacht: schoonhouden, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen en afwassen en opruimen;
Van kinderen vanaf 13 jaar worden geacht enkele licht huishoudelijke taken te doen zoals opruimen, afwassen, boodschappen doen, stofzuigen of hun eigen bed te verschonen.
3.Mantelzorg
Het derde beoordelingspunt is de mantelzorg. Het college onderzoekt en beoordeelt of er familie, uitwonende kinderen, of kleinkinderen ouder dan 18 jaar, beschikbaar zijn die in staat zijn de wasverzorging of het zware of lichte huishoudelijke werk over te nemen. Er is geen sprake van afdwingbaarheid, maar gezien de achtergrond van de Wmo 2015 wordt dit punt wel serieus betrokken. Dat betekent dat als er mantelzorg aanwezig is die het zou kunnen doen, dat een aanleiding zou kunnen zijn een maatwerkvoorziening te weigeren of slechts gedeeltelijk toe te kennen. Hierbij spelen argumenten van redelijkheid een rol: in de nabijheid wonen, tijd beschikbaar hebben enz.
4.Inzet sociale netwerk
Het vierde beoordelingspunt is het sociale netwerk. Het is niet uitgesloten dat activiteiten als zwaar- en licht huishoudelijk werk of de wasverzorging verricht kunnen worden door bekenden. Het college zal dit moeten onderzoeken en beoordelen.
5.Voorliggende voorzieningen
De (wettelijk) voorliggende voorzieningen gaan voor op maatwerkvoorzieningen.
Dit kunnen voorliggende wettelijke regelingen zijn zoals de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. Als ondersteuning vanuit andere wet- en regelgeving mogelijk is zal er geen maatwerkvoorziening worden verstrekt vanuit de Wmo.
Het kan ook gaan om algemene voorzieningen zoals de maaltijdbezorging of een was- en strijkservice.
6.Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening waarover de aanvrager, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn handicap of beperking, zou kunnen beschikken. Wat in een concrete situatie als algemeen gebruikelijk te beschouwen is, hangt af van de geldende maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn: de kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op school, voor- of naschoolse opvang), oppascentrales, sociale alarmering, boodschappen service, maaltijdservice, klussendienst, de glazenwasser, hondenuitlaatservice etc.
Bij de beoordeling of huishoudelijke ondersteuning als maatwerkvoorziening noodzakelijk is wordt bekeken of in de plaats daarvan algemene (technische) hulpmiddelen kunnen worden ingezet. Als een algemeen technisch hulpmiddel niet aanwezig is maar wel gerealiseerd kan worden en een goede oplossing biedt, is dit voorliggend op het inzetten van huishoudelijke ondersteuning. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de persoonlijke opvattingen over de inzet van deze hulpmiddelen door de aanvrager. Zo is de aanschaf van een afwasmachine en wasdroger in beginsel algemeen gebruikelijk. De consulent zal echter ook kijken naar individuele aspecten zoals of er voldoende ruimte in de woning is voor het plaatsen van zo’n apparaat. Voorbeelden van algemene (technische) hulpmiddelen zijn: een afwasmachine, aangepast bestek, het plaatsen van een verhoging voor een wasmachine, een wasdroger, een stofzuiger.
7.Inzet maatwerkvoorziening
Indien na onderzoek op al deze punten blijkt dat er nog een deel van het probleem in het voeren van een huishouden niet is opgelost, dan kijkt het college voor het resterende deel naar een maatwerkvoorziening. Gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden, neemt de verantwoordelijkheid van de cliënt niet over, maar helpt de cliënt op weg om het resultaat te behalen. Het resultaat dat behaald dient te worden is een schoon en leefbaar huis. Om dit resultaat te behalen kan een profiel worden ingezet (zie art. 3.2.2.5).
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 3.2.2.2.