De informatieverstrekking door het college dient gedurende het gehele beleidsproces plaats te vinden, zodat de raad in de gelegenheid wordt gesteld om te controleren. Controle dient zowel tijdens als aan het eind van het beleidsproces plaats te vinden.
De raad heeft bijvoorbeeld vooraf besluitvormingsinformatie nodig en achteraf informatie om te kunnen vaststellen of het college zich ook daadwerkelijk aan het voorgestelde beleid of de gestelde kaders heeft gehouden. Deze informatie levert het college aan, zodat de raad vanuit zijn controlerende rol de volgende vragen kan beantwoorden:
Wat is het doel van het beleid? / is het doel gehaald?
Met welke middelen?
Wat zijn beoogde effecten? / wat zijn (neven)effecten geweest?
Past het beleid binnen de gestelde kaders?
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Informatie ten behoeve van de controlerende taken van de raad
Onderdeel van Invulling actieve informatieplicht college 2018