Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 10

Verlening huisvestingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2008

Het college verleent de huisvestingsvergunning, indien: a. de aanvrager achttien jaar of ouder is; en één van de leden van het huishouden van de aanvrager over een geldige verblijfstitel in Nederland beschikt; en de aanvrager economisch dan wel maatschappelijk gebonden is aan de subregio. Het college verleent aan de aanvrager, die voldoet aan het gestelde in het eerste lid, onder a en b, maar niet aan het gestelde onder c, de huisvestingsvergunning, indien: a. van de aanvrager redelijkerwijs niet of niet meer verwacht kan worden dat deze door het duurzaam verrichten van arbeid in diens bestaan kan voorzien; b. de aanvrager als remigrant wenst terug te keren of is teruggekeerd naar Nederland, maar nog niet over passende huisvesting beschikt; c. de aanvrager woonruimte behoeft in verband met de omstandigheid dat deze met toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten of dat diens verzoek om toelating als vluchteling is afgewezen, onder verlening, gelijktijdig of nadien, van een vergunning tot verblijf op humanitaire gronden, als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, zonder dat daaraan beperkingen zijn verbonden; d. de aanvrager dringend woonruimte behoeft door echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed; of e. de aanvrager dringend woonruimte behoeft in verband met het verkrijgen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 822 en 823 van het Wetboek van Bur-gerlijke Rechtsvordering in een procedure tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed of f. het personen betreft die door Woningstichting Wageningen zijn aangedragen overeenkomstig het regionaal toelatingsprotocol woonschakel 4, wat het toewijzen van woonruimte aan een kandidaat huurder OGGZ met een problematische huursituatie regelt Voor een huurwoonruimte verleent het college de huisvestingsvergunning slechts, indien het inkomen van het huishouden van de aanvrager in redelijke verhouding tot de huurprijs staat en wel met inachtneming van hetgeen hieromtrent door rijksregels wordt bepaald. Voor woonruimte die specifiek bedoeld is voor een speciale categorie huishoudens verleent het college de huisvestingsvergunning in beginsel slechts, indien de aanvrager tot de desbetreffende categorie huishoudens behoort. Indien de huisvestingsvergunning betrekking heeft op een huurwoonruimte, zendt het college een afschrift van de huisvestingsvergunning aan de eigenaar van de woonruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel