Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12.

Vaststelling hoogte maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met uitkering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Mook en Middelaar 2018

Indien belanghebbende een uitkering ontvangt, bedraagt de aflossingscapaciteit 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde netto grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ per maand inclusief vakantie-uitkering, maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge het tweede boek, de tweede titel, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. In afwijking van het eerste bedraagt de aflossingscapaciteit 6% als het géén fraudevordering betreft. In geval van beslaglegging door een andere schuldeiser dan het college, wordt de aflossingscapaciteit ingevolge het tweede lid voor alle vorderingen van de debiteur bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in het tweede boek, de tweede titel, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Rechtspraak bij dit artikel