De applicatiebeheerder voorziet in:

  • - de communicatie bij storingen in hard- en software;
  • - een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;
  • - de toekenning van de autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder en de informatiebeheerder op grond van een besluit van de informatiebeheerder;
  • - de bijhouding van een dossier van de autorisaties, die overeenkomstig artikel 8 door de informatiebeheerder zijn toegekend;
  • - het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;
  • - de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;
  • - de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan;
  • - een oplossing, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor de onder g genoemde problemen en klachten;
  • - de voorlichting aan alle in de artikelen 2 en 3 genoemde functionarissen met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
  • - de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de systeembeheerder;
  • - de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de basisregistratie personen worden ontleend;
  • - de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens;
  • - een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zonodig door inschakeling van een derde.