Verwijdering gedenktekens, versieringen, beplanting en afdekplaten
Gedenktekens, versieringen en beplanting van graven en afdekplaten van urnennissen kunnen, na het verstrijken van de termijn waarvoor het recht op een eigen graf, een eigen urnengraf, een urnennis of een wandgraf is verleend, dan wel bij algemene graven na het verstrijken van een periode van tien jaar, vanwege het college worden verwijderd.
Het voornemen tot verwijdering wordt gedurende ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van verwijdering, op een op het betreffende graf, dan wel de betreffende urnennis te plaatsen bordje, door het college bekendgemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende op een eigen graf, urnengraf, urnennis of wandgraf bij het college bekend is. In dat geval stelt het college hem uiterlijk één jaar voor het genoemde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis.
Op grond van een daartoe door de vergunninghouder als bedoeld in artikel 22 lid 6, of diens rechtsopvolger, bij het college ingediend schriftelijk verzoek, blijft het gedenkteken, de versiering, of de afdekplaat, tot aan de datum van verwijdering tot zijn of haar beschikking. Het schriftelijk verzoek kan worden ingediend gedurende een jaar na de in het tweede lid bedoelde kennisgeving.
Het gedenkteken, de versiering, of de afdekplaat, vervallen aan de gemeente indien geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken.
Degene op wiens naam de vergunning is gesteld of diens rechtsopvolger, is verplicht te gedogen dat de zich op het betreffende graf bevindende gedenkteken, versiering, beplanting of afdekplaat door of vanwege de gemeente tijdelijk wordt weggenomen of verplaatst, voorzover en voor zolang noodzakelijk, in verband met de begraving van lijken in de nabijheid of om andere dringende redenen.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 25.
Artikel 25.
Onderdeel van VERORDENING op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats 2006