Onderhoud door de rechthebbende/de vergunninghouder.
De rechthebbende of de vergunninghouder is verplicht het gedenkteken, de versiering en de beplanting, behoorlijk te onderhouden of te herstellen, zodat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats niet schaadt en geen overlast en/of gevaar voor belendende graven, groenvoorzieningen of bezoekers kan opleveren.
Indien de rechthebbende of de vergunninghouder nalaat het gedenkteken, de versiering en de beplanting behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig het gehele gedenkteken, de versiering en de beplanting doen verwijderen. Het verwijderde (met uitzondering van de beplanting die niet meer ter beschikking komt) blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende of de vergunninghouder en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de vergunninghouder behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van het gedenkteken, de versiering en/of de grafbeplanting. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt in dat geval een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 26.
Artikel 26.
Onderdeel van VERORDENING op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats 2006