Als de invorderingsambtenaar invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers, dan vraagt hij daartoe toestemming van het college. Onder een bedrijf wordt in dit verband ook verstaan een geheel van bij elkaar behorende bedrijven of een zelfstandig uitgeoefend beroep.
Beslaglegging hoeft niet het hiervoor bedoelde effect te hebben, als de invorderingsambtenaar op een zodanige wijze kan handelen dat derden daarvan geheel onwetend blijven.
De invorderingsambtenaar vraagt altijd toestemming als:
met de beslaglegging op korte termijn de verkoop van (een deel van) de activa van het bedrijf wordt beoogd;
door de beslaglegging de werkvoorraad en/of geldmiddelen geheel of nagenoeg geheel worden vastgelegd;
derden niet onkundig blijven van de beslaglegging, zoals steeds het geval is bij derdenbeslag;
de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser zodanige inlichtingen omtrent openstaande facturen verstrekt, dat deze kunnen dienen als steunvorderingen bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser.
Artikel 3
Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven
Onderdeel van Leidraad invordering privaatrechtelijke vorderingen gemeente de Fryske Marren