Als een openstaande factuur op verschillende wijzen kan worden ingevorderd, dient te worden gekozen voor de meest effectieve en efficiënte invorderingsbehandeling, tenzij het belang van de invordering daardoor zou worden geschaad. Belangrijke indicatoren van effectiviteit en efficiency zijn eenvoud, snelheid en een lage kostprijs.
De invorderingsambtenaar dient bij het invorderen van de vorderingen altijd zorgvuldig, tactvol, objectief en correct te handelen. Daarbij dienen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als uitgangspunt. Dit geldt in het bijzonder voor de volgende beginselen:
gelijkheidsbeginsel: soortgelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld;
motiveringsbeginsel: handelingen of besluiten dienen deugdelijk te worden gemotiveerd, zodat de schuldenaar of derde, kennis kan nemen van de beweegredenen en zich tegen de (voorgenomen) handelingen of besluiten kan verweren;
rechtszekerheidsbeginsel: als het vertrouwen van de schuldenaar in een invorderingskwestie (terecht) wordt opgewekt, wordt dat vertrouwen gehonoreerd;
zorgvuldigheidsbeginsel: de wettelijke toegekende invorderingsbevoegdheden worden gebruikt overeenkomstig hun bedoeling.
Hoewel de invorderingsambtenaar bij het invorderen rekening kan houden met persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, is zijn taak er in de eerste plaats op gericht om er zorg voor te dragen dat een openstaande vordering, binnen de gestelde termijnen, wordt voldaan.
Derden dienen niet onnodig te worden betrokken bij de invordering. Dit betekent echter niet dat met invorderingsmaatregelen, waarbij derden betrokken zijn, zo lang mogelijk moet worden gewacht;
Voor verzending van de invorderingsbescheiden wordt gebruik gemaakt van de diensten van een postbedrijf.
De bewijslast bij geen (volledige) ontvangst van correspondentie en invorderingsbescheiden ligt bij de schuldenaar; die zal aannemelijk moeten maken dat ontvangst redelijkerwijs moet worden betwijfeld.
Met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt de invordering voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats ten aanzien van de schuldenaar. Ter wille van de leesbaarheid is op de daarvoor geëigende plaatsen vermeden tevens de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften op de invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden te beperken.
Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de invorderingsambtenaar en/of gerechtsdeurwaarder aan bij het begrip ‘woonplaats’ als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW.
Als de schuldenaar in een verzoek aan de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een factuur, dan zal de invorderingsambtenaar de factuur marginaal toetsen. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een factuur in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de invorderingsambtenaar voor een dergelijke factuur geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een vonnis, maar ook de verrekening van een credit-factuur. Uitgangspunt hierbij is dat de marginale toetsing zich beperkt tot feiten die de invorderingsambtenaar bekend zijn op het moment dat hij tot invordering overgaat.
Het is mogelijk af te wijken van de beleidsregels zoals die zijn opgenomen in deze leidraad. Dit is gerechtvaardigd als toepassing van die regels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die de leidraad dient.
Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een algemene belangenafweging.
Artikel 2
Algemene uitgangspunten
Onderdeel van Leidraad invordering privaatrechtelijke vorderingen gemeente de Fryske Marren