1.. Ambtelijke bijstand wordt aan een raadslid verleend, tenzij:

  • - het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
  • - dit het belang van de gemeente kan schaden;
  • - inwilliging een te grote aanslag op de ambtelijke capaciteit tot gevolg heeft.