Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3

Zoutverbruik en voorraad

Onderdeel van Beleidsplan gladheidsbestrijding

Zoutopslag Marssteden In een ‘normale’ winter strooien we tussen de 1.000 en 2.000 ton zout op de wegen. De spreiding is groot, aangezien er grote verschillen zijn tussen de winters. Bij sneeuwval strooien we, in vergelijking met normale gladheid, bijvoorbeeld drie keer zoveel zout op de weg om de sneeuw goed te laten smelten. Kwakkelwinters, met nachten onder het nulpunt en overdag erboven met eventueel regen, vragen veel strooiacties, maar in lange droge vorstperioden zijn juist weinig strooiacties nodig. Bij de uitvoerende instantie Twente Milieu aan de Marssteden ligt 1.500 ton strooizout in de zoutloods opgeslagen. Volgens het contract met de zoutleverancier wordt deze voorraad zo nodig binnen 24 uur aangevuld. Strategische zoutvoorraad In geval van een extreme winters gebruiken we veel meer zout dan de beschikbare 2.000 ton zout in het zoutcontract. In de extreme winters van 2009 en 2010 was er een landelijk zouttekort. De zoutleveranciers konden geen zout meer leveren. Als alternatief hebben we wegen met minder zout, of een mengsel van zout en zand gestrooid. Dit leverde echter gevaarlijke situaties en stremmingen in het verkeer op. Om dit te voorkomen hebben we in 2011 de landelijke trend en het advies van de zoutleveranciers gevolgd door een strategische zoutvoorraad aan te kopen van 1.000 ton strooizout.

Rechtspraak bij dit artikel