Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.4

Milieu, duurzaamheid en innovaties

Onderdeel van Beleidsplan gladheidsbestrijding

De CROW-richtlijnen voor gladheidbestrijding zijn ook gebaseerd op milieu- en duurzaamheidsaspecten en beschikbare effectieve innovaties. Strooi niet meer wegen dan nodig, gebruik zo weinig mogelijk zout per m², gebruik materieel dat goed en makkelijk is in te stellen. Door de richtlijnen te volgen strooien wij zo duurzaam mogelijk. Wegenzout Voor een effectieve gladheidbestrijding is het noodzakelijk zout te strooien op de wegen. Zout is een dooimiddel wat zorgt voor een vriespunt verlagend effect op ijs. Hierdoor bevriest het vocht op het wegdek niet bij preventief strooien (voordat het glad wordt) en ontdooit het bevroren vocht snel in geval van curatief strooien (als het al glad is). Een dooimiddel moet voldoen aan de eisen effectiviteit, efficiënt, toepasbaar, beschikbaar, betaalbaar en milieuvriendelijkheid. Het enige dooimiddel dat daar aan voldoet is het huidig gebruikte wegenzout. Als het zout via de berm of plantvakken in de bodem terechtkomt, kan dit echter nadelige invloed hebben op de groei van planten en bomen. Zout kan blijvende bladschade veroorzaken aan wintergroene struiken en planten die dicht naast de wegen staan. Een groot deel van het zout spoelt binnenstedelijk met het regenwater weg in het riool en hindert daarmee de plantengroei minder. Alternatieve dooimiddelen Er zijn geen geschikte alternatieve dooimiddelen die de gladheid voldoende oplossen. Andere dooimiddelen/zouten belasten het milieu vaak nog meer en hebben doorslaggevende nadelen zoals: onbetaalbaar, eutrofiëring (overbemesting), te hygroscopisch (vocht opnemend), of zelfs bijtend waardoor speciale opslag en kleding noodzakelijk zijn. Dus wegenzout is de beste optie. Alternatieve strooimiddelen Als het harder vriest dan 10 oC verliest ook zout zijn smeltkwaliteit. Een alternatief om de gladheid dan iets te verminderen is het toepassen van een stroef makend middel zoals zand. De stroef makende werking is echter matig en het zand kan bij veelvuldig gebruik kolken en riolen verstoppen. We passen zand alleen toe als zout niet meer werkt of beschikbaar is. Minder zout strooien Om de nadelige effecten van het strooizout te voorkomen, gebruiken wij verschillende methoden om minder en gerichter zout te strooien. Zo gebruiken we sinds 2006 de ‘natzout’-methode in plaats van droog zout, waardoor we ook preventief (voordat het glad wordt) kunnen strooien. Natzout waait niet weg en je strooit tot 40% minder zout per m². De strooibreedte en hoeveelheid zout/m² stelt de chauffeur van de strooiers direct vanuit de cabine bij. Afhankelijk van de gladheid- of wegsituatie strooien ze daardoor altijd met de minimale hoeveelheid zout en komt er zo weinig mogelijk zout in de berm terecht. De hoeveelheid zout per m² weg wordt voor de uitruk (strooiactie) bepaald. De belangrijkste factor is het type gladheid, sneeuwval en de hoeveelheid zout die nog op het wegdek ligt van eventuele voorgaande strooiacties. We volgen bij deze afwegingen de CROW-richtlijnen. Innovaties Vanuit de CROW en NVRD (Vereniging voor afval- en reinigingsmanagement) worden nieuwe methoden en technieken getest en de kennis gedeeld. Huidige innovaties zijn bijvoorbeeld het sproeien van pekelwater en borstelen van sneeuw op fietspaden. In de gemeenten waar Twente Milieu de gladheidbestrijding uitvoert, zijn deze technieken samen met leveranciers beproefd. Uit de evaluatie blijkt dat zowel sproeien als sneeuw borstelen vooral op fietspaden effectiever werkt, maar dat de kosten hoger zijn. Aangezien het budget voor gladheidbestrijding omlaag gaat, is er in de komende jaren geen mogelijkheid om deze innovaties in te zetten. Nieuwe ontwikkelingen volgen wij uiteraard op de voet en passen we waar mogelijk toe, of proberen we uit.

Rechtspraak bij dit artikel