Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.

Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:

de persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;

die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en

die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie;

of

een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet.