Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Inleiding

Onderdeel van Actieplan Richtlijn Omgevingslawaai 2018 – 2023

In de Wet geluidhinder zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidsbelasting van wegverkeer- en spoorlawaai en ook industrielawaai. De wet gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarde en een maximale grenswaarde. In de Wet geluidhinder zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidsbelasting van wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai en ook industrielawaai. De wet gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarde en een maximale grenswaarde. De grenswaarden zijn over het algemeen van toepassing op nieuwe situaties (b.v. bouw van een woning of aanleg van een weg), veranderingen (reconstructies) of saneringssituaties. De grenzen van deze waarden verschillen per bron en per situatie: Voor wegverkeerslawaai is in de meeste gevallen de voorkeursgrenswaarde 48 dB en de maximale grenswaarde is 63 dB voor binnenstedelijke situaties en 53 dB voor buiten stedelijke situaties; Voor railverkeerslawaai is in de meeste gevallen de voorkeursgrenswaarde 55 dB en de maximale grenswaarde 68 dB; Voor industrielawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde 50 dB en de maximale grenswaarde in de meeste gevallen 55 dB of 60 dB. Voor alle drie geldt dat een geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde toelaatbaar is. Een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale grenswaarde is alleen toelaatbaar na een afwegingsproces: de procedure hogere waarden voor geluid. Het vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst aan de Wet geluidhinder en de door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregel Hogere waarden regio Midden-Holland. Dit beleid is tevens het regionale beleid. Naast wettelijke bepalingen is voor een aantal situaties regionaal of lokaal beleid geformuleerd.

Rechtspraak bij dit artikel