1. Inleiding

Deze beleidsnotitie gaat over toezicht en handhaving kinderopvang op grond van de Wet kinderopvang (Wko).

Onder kinderopvang wordt hierbij verstaan, het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (artikel 1.1 lid 1 Wko).

Er zijn verschillende soorten kinderopvang:

  • - kinderdagverblijven
  • - buitenschoolse opvang
  • - gastouderopvang (geregistreerd bij een gastouderbureau)

    Daarnaast vallen ook gastouderbureaus, die zelf geen opvang bieden maar gastouderopvang tot stand brengen en begeleiden, onder toezicht en handhaving kinderopvang.

    Een kindercentrum is een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang (artikel 1.1 lid 1 Wko).

    In de Wet kinderopvang worden twee zaken geregeld:

  • - de financiering van de kosten van de kinderopvang en
  • - de kwaliteit van de kinderopvang en toezicht en handhaving daarop.

    De kwaliteitseisen zijn nader uitgewerkt in:

  • - Besluit kwaliteit kinderopvang (Besluit)
  • - Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang
  • - Regeling Wet kinderopvang
  • - Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang
  • - Regeling aanwijzing certificaten kinder EHBO
  • - Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
  • - Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang

    Deze wet- en regelgeving vormt het wettelijke kader voor toezicht en handhaving van de kinderopvang.

    Ondernemers zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun kindercentrum of gastouderbureau. De gemeente i.c. het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) is belast met het toezicht op de kwaliteit en met de handhaving en sanctionering van overtredingen op het gebied van deze kwaliteit.

    Elk jaar stelt het college een jaarverslag omtrent toezicht en handhaving Wko op. Dit jaarverslag wordt aangeboden aan de gemeenteraad en digitaal aangeleverd bij de Inspectie van het Onderwijs.

    Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

    Nadere eisen voor de voor- en vroegschoolse educatie liggen vast in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en worden door de GGD getoetst binnen het kader van toezicht en handhaving Wko. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de educatieve kwaliteit van de voorschoolse educatie.