Mandaat te verlenen aan de griffier (hierna: gemandateerde) van de gemeente Ede voor het vaststellen van beschikkingen als bedoeld in 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voorzover de bevoegdheid daartoe rechtstreeks voortvloeit uit de Ambtenarenwet, de op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele voorschriften en artikel 107e, tweede lid, van de Gemeentewet, met uitzondering van de besluiten genoemd in artikel 107 en 107d, tweede lid van de Gemeentewet.