De gemandateerde is niet bevoegd tot het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 1 indien:
a. Het besluit betrekking heeft op de griffier of diens plaatsvervanger;
b. Het besluit inhoudt het verlenen van ontslag op grond van artikel 8:7, 8:8, 8:13 van de CUR/UWR of schorsing op grond van artikel 16:1:2, eerste lid, sub i van de CAR/UWR;
c. De werkgeverscommissie of een van de leden daarvan te kennen heeft gegeven dat het gewenst is dat het besluit door deze commissie zelf wordt genomen;
d. Het besluit leidt tot een overschrijding van de begroting of een beschikbaar gesteld krediet;
e. de gemandateerde heeft een persoonlijk belang bij het uitoefenen van de bevoegdheid.
Artikel 2
Uitzonderingen op mandaat
Onderdeel van Mandaatbesluit rechtspositionele besluiten griffie Ede