1. De klachtencoördinator stelt een onderzoek in naar de klacht. De klachtencoördinator mag niet betrokken zijn geweest bij het ontstaan van de klacht.
2. De voorafgaande informele behandeling kan worden beschouwd als het verplicht horen bedoeld in artikel 9:10 Awb. De klachtencoördinator kan besluiten de klager nogmaals te horen.
3. De klachtencoördinator vraagt een reactie aan de medewerkers(s) die betrokken was/waren bij het ontstaan van de klacht.
4. De klachtencoördinator vormt zich een oordeel over de klacht en stelt de klager vervolgens schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte van de uitkomst van de klachtbehandeling.
5. De klachtencoördinator informeert ook de medewerkers die betrokken waren bij de het ontstaan van de klacht over de uitkomst van de klachtbehandeling.
6. De klachtencoördinator brengt de uitkomst van de klachtbehandeling ter kennis van de klachtenbemiddelaar, die dit vast legt in het klachtregistratiesysteem.